Remanufacturing: een tweede leven voor machines

donderdag 05 maart 2026
Remanufacturing: een tweede leven voor machines

De provincies Overijssel en Gelderland zetten in op circulariteit in het BOOST Circulair programma. Dit programma duurt drie jaar en focust op verschillende initiatieven die bedrijven samenbrengen en ondersteunen in hun uitdagingen op het gebied van het vertalen van circulaire plannen naar concrete, schaalbare verdienmodellen. Een van die initiatieven is het Remanufacturing Collectief, waarin MaakLos samen met Novel-T maakbedrijven een stap verder helpt om hergebruik integraal onderdeel te maken van hun bedrijfsvoering. Egbert Rinsma van MaakLos vertelt over het collectief.

De grondstoffenschaarste en de bijbehorende hoge prijzen blijven aan, en zullen niet verdwijnen als we op hoog tempo blijven produceren. We staan dus voor een keuze: doorgaan op dezelfde manier waarvan we weten dat die niet houdbaar is, of slimmer omgaan met de grondstoffen die we hebben. Steeds meer machinebouwers kiezen voor het laatste en focussen op remanufacturing: het hergebruiken en opknappen van onderdelen om zo machines een langere levensduur te geven. 

Egbert: “In het Remanufacturing Collectief in Oost-Nederland zitten twaalf maakbedrijven: SV Group, Koninklijke Nooteboom Trailers, Kaltenbach Gietart, Veldkamp Technische Service, Sepawand, Technikkels, Trumpf, E-care, GSE Dispensing, Wouter Witzel, Vekoma Clutch en Bronkhorst High-Tech. Dat zijn zowel machine- en apparatenbouwers als specialistische dienstverleners en hoogwaardige toeleveranciers. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal al bezig zijn met hergebruik en dat ze dat tot een integraal onderdeel van hun bedrijfsvoering willen maken. Ze zijn dus al gemotiveerd om er meer mee te doen en kijken in dit programma hoe ze dat kunnen aanvliegen.”

Verschillende uitdagingen

Dat ziet er voor de bedrijven verschillend uit. “De één weet heel goed waar zijn machines of producten staan,” vertelt Egbert. “De ander levert via dealers of distributeurs. Dan is de eerste stap dus uitzoeken waar je machines staan, om ze vervolgens terug te kunnen halen aan het eind van hun levensduur.” En er zijn meer uitdagingen waar de bedrijven mee worstelen. “Wat laatst in een sessie naar boven kwam, was dat veel bedrijven hoge kosten zien voor de retourlogistiek. Dan moet je dus echt volume hebben zodat het uit kan. En dan is er nog het diagnosticeren van welke onderdelen te remanufacturen zijn. Laat je dat vervolgens door je huidige personeel doen, of heb je daar weer specialisten voor nodig? Het ligt er dus heel erg aan waar een bedrijf nu staat en wat vanuit daar de eerste logische stap in de keten is.” 

Uitwisselen van kennis en ervaring

Juist die verschillende startpunten zijn de kracht van het collectief. “Dat zorgt voor uitwisseling van kennis, wat precies is wat we met de sessies voor ogen hebben,” zegt Egbert. “De sessies zijn altijd op locatie bij een bedrijf dat past bij het onderwerp dat we behandelen. Dat bedrijf heeft daar kennis en inzichten over die ze met de rest van de groep kunnen delen. In een rondleiding laten ze dan zien wat ze al doen op het gebied van remanufacturing, om daarmee de gerichte uitwisseling tussen de bedrijven op gang te brengen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om praktisch aan de slag te gaan met elkaar, maar het is ook belangrijk dat deze groep elkaar beter leert kennen en elkaar weet te vinden.” 

Over de provinciegrens

Hoe goed het ook is dat dit in Oost-Nederland op wordt gezet, alleen blijft de impact beperkt. “Daarom werken we provincie-overstijgend,” legt Egbert uit. “Het Remanufacturing Collectief is een landelijke beweging waar in totaal 50 industriële maakbedrijven uit de provincies Brabant, Zuid-Holland, Gelderland, Overijssel en Utrecht deel van uitmaken. Bepaalde bedrijven zijn al zo ver of hebben zulke unieke kenmerken dat je geen soortgelijke bedrijven in de regio vindt. Dan moet je dus de verbinding zoeken met bedrijven in de rest van het land. Zo kun je ook je krachten bundelen om bij producenten van onderdelen een signaal af te geven om remanufacturing mogelijk te maken. Dat signaal is sterker samen dan alleen. Want uiteindelijk wil je een systeemverandering in gang zetten, dat remanufacturing de standaard wordt en dat daar aan het begin van de keten al over na wordt gedacht. Dat kan alleen als je over de provinciegrenzen breder samenwerkt.” 

Nieuwe economie

Tot die systeemverandering in gang is gezet, profiteren de deelnemende bedrijven van de voordelen van remanufacturing - ook al brengt het uitdagingen met zich mee. Egbert: “Tegenwoordig kun je ook tweedehands onderdelen tot nieuw opknappen en opnieuw verkopen. Het is een hoogwaardige oplossing waar je met garanties en servicecontracten een totaalaanbod kunt doen, zodat je het op een onderscheidende manier kunt vermarkten. Dan kun je met upgrades en andere verbeteringen in bijvoorbeeld het energieverbruik een beter verdienmodel creëren. Dat is voor de klanten ook prettig. Remanufacturing kan zorgen voor een nieuwe economie, waardoor we onze krachtige maakindustrie kunnen behouden en uitbreiden.” 

Dit programma wordt gefinancierd door de provincie Overijssel en provincie Gelderland en uitgevoerd onder programmamanagement van Oost NL, in samenwerking met partners Novel-T, RCT Gelderland, Kennispoort Regio Zwolle, BOOST Smart Industry, FME, Koninklijke Metaalunie, Living Lab Rivierenland & Regio Foodvalley Circulair, VNO-NCW, en Ondernemershuis Deventer.

Neem contact met ons op